WereldKidz stuurt brandbrief: ‘Dislocatie Zuilense Vecht is bedreiging voor het openbaar onderwijs’

vrijdag 04 oktober 2019 13.23 uur | laatst gewijzigd: vrijdag 04 oktober 2019 14.45 uur | auteur: Robbert Oelp

Het college van bestuur van WereldKidz (merknaam van Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland) heeft een brandbrief gestuurd aan onderwijs wethouder Veneklaas en de gemeenteraadsleden van Stichtse Vecht. Dit vanwege het onderzoek van de gemeente naar de haalbaarheid van een dislocatie van KBS de Pionier in het ontwikkelgebied 'Zuilense Vecht'. Volgens de gemeente zou een dislocatie kunnen zorgen voor een betere spreiding van de leerlingen van KBS de Pionier. Volgens WereldKidz is het een verkapte manier om een nieuwe school te stichten en zal dit bij doorgang nadelige gevolgen hebben voor de scholen van WereldKidz in Maarssen-dorp: ‘Door nu de suggestie te wekken dat het gaat om een dislocatie, is het blijkbaar mogelijk dat de gemeente de wet- en regelgeving voor het stichten van een nieuwe school omzeilt. Als dit het geval is, dan schaadt de gemeente willens en wetens het openbaar onderwijs.’ WereldKidz wil graag met de gemeente hierover in gesprek.

Het bestuur heeft eerder gesprekken met de gemeente gevoerd maar deze zijn niet naar tevredenheid van het bestuur verlopen: ’Wij missen een dialoog en de wil om de belangen van het openbaar onderwijs mee te nemen in de besluitvorming. Vanuit de ambtelijke organisatie hebben wij vernomen dat deze besluitvorming nu voorbereid wordt. Wij willen graag betrokken worden voordat de besluitvorming in het college en in de gemeenteraad plaatsvindt. Anders staat straks alleen voor ons de route van bezwaar en beroep nog open.’

Volgens het bestuur is WereldKidz niet betrokken bij het haalbaarheidsonderzoek. Het bestuur is daar over verbaasd: 'Wij zijn niet inhoudelijk betrokken bij het haalbaarheidsonderzoek. Dat verbaast ons want een tweede school voor de Pionier in het voedingsgebied van WereldKidz Palet en WereldKidz Bolenstein heeft voorzienbaar grote negatieve gevolgen voor het openbaar onderwijs in Maarssen-dorp. Tot op heden hebben we nog geen kennis kunnen nemen van het volledige haalbaarheidsonderzoek.’

Het bestuur sluit de brief af met het doel uitgenodigd te worden voor een gesprek: ‘U zult begrijpen dat wij ons ernstig zorgen maken over deze ontwikkeling, die ronduit een grote bedreiging is voor onze scholen en dus voor het openbaar onderwijs in Maarssen-dorp. Graag gaan we met u in overleg. We zien de uitnodiging op korte termijn tegemoet.’

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES