‘Iedere kern van mijn gemeente heeft een eigen kwaliteit’

woensdag 12 juli 2017 16.22 uur | laatst gewijzigd: donderdag 20 juli 2017 10.01 uur | auteur: Jan Van Dam
  • Foto: Jan Van Dam
  • Foto: Jan Van Dam

Ik heb een afspraak met de zoon van een bollenkweker, wiens voorbestemming, het overnemen van het bollenbedrijf van zijn vader, totaal anders liep. Getrouwd, vader van twee zonen en één dochter, en woonachtig in de gemeente Stichtse Vecht. Ik heb een afspraak met de eerste burger van gemeente Stichtse Vecht: burgemeester Marc Witteman. Middenin het zomerreces ontvangt hij mij, gestoken in sportieve vrijetijdskleding, stipt op tijd in zijn werkkamer in Goudestein. Dit is de plek die Witteman heeft aangegeven als zijn favoriete plekje in deze gemeente. Deze plek straalt niet alleen maar Maarssen uit zoals in het verleden, deze plek straalt Stichtse Vecht uit met zijn twaalf kernen. In deze kamer proef en zie je, door de foto’s aan de muur, de belangrijke plekken van de twaalf kernen.

“In de tijd van mijn jeugd was het zo dat als je vader een eigen bedrijf had, het gebruikelijk was dat je als oudste zoon het bedrijf op enig moment overnam”, begint Marc Witteman zijn verhaal. In zijn jeugd heeft hij dan ook veel op het bedrijf rondgelopen en later ook in schoolvakanties gewerkt, en met deze achtergrond de Middelbare Tuinbouwschool gedaan. Opgegroeid in het ‘buitengebied’ heeft hij nog steeds voeling met wat er in de agrarische sector gebeurt. Zijn contact en interesses voor de politiek begonnen al op vrij jonge leeftijd. Als 15-jarige kwam Marc in contact met jongerenwerk in zijn gemeente, en als 16-jarige was hij voorzitter van een groot jongerencentrum. “Toen moest je flink je best doen om geld voor de door ons bedachte projecten los te peuteren bij de gemeente.” Om die reden had hij al veel contact met de plaatselijke politiek, en de lokale afdelingen van de partijen. “Wat mij in die tijd al snel opviel was dat de gemiddelde leeftijd van de plaatselijke politici ver boven de vijftig was, en wij als jonge mensen elke keer moesten uitleggen wat voor ons belangrijk was, en wij het idee hadden ‘dit begrijpen ze niet’.” Toen ontstond al het idee  dat hij zelf maar eens wat in die richting moest gaan doen. Een andere impuls om iets in de politiek te gaan doen kreeg Marc in militaire dienst, als dienstplichtig soldaat was hij ingedeeld bij de Landmachtstaf in Den Haag: “Ingedeeld bij de militaire inlichtingendienst zag ik, in de tijd van de kruisrakketten acties, hoe de Rijksoverheid werkte en hoe die bezig was en hoe zij volgde wat mensen aan het doen waren en hoe zij daar op een of andere manier in stuurde. Dat vond ik ook interessant.”
Als 28-jarige is Witteman de lokale politiek ingestapt. Zijn ‘burger’ carrière speelde zich in die tijd bij de KLM af. Begonnen in een administratieve baan  weet hij na zeven verschillende functies in 18 jaar op te klimmen naar een leidinggevende functie van verschillende grote productie afdelingen. Tot hij de kans krijgt om een functie van wethouder in Hillegom te gaan bekleden. Ook was  Witteman een jaar waarnemend burgemeester van Warmond  een herindelingsgemeente in de Bollenstreek die is opgegaan in de nieuwe gemeente Teylingen. Voor Marc was het toen duidelijk dat het ambt van burgemeester  was wat hij ambieerde. Een wethouderschap in Leiden waar hij voor gevraagd werd, en als Gedeputeerde in Flevoland, waren de voorportalen voor zijn burgermeesterschap in Stichtse Vecht. Als in 2014 de vacature burgemeester gemeente Stichtse Vecht verschijnt, hoeft Witteman daar niet lang over na te denken: “Het was een redelijk grote gemeente bestaande uit kleine kernen met een  agrarische sector maar ook een gemeente die tussen  grote steden als Utrecht en Amsterdam aan ligt. Ik zag  aanknopingspunten met mijn tijd in Hillegom, Warmond en Leiden.
Zijn  kamer als favoriete plek, komt volgens Witteman doordat  hij daar alle kernen, door de foto’s aan de muur, kan zien. Tijdens de vergaderingen van het college zijn al deze kernen aanwezig. “Voor een burgemeester is het van belang dat alle kernen de aandacht krijgen, in de ambtsketen vormen de twaalf kernen dan ook één geheel. Als bindende factor loopt er een prachtig riviertje door onze gemeente, en de naam van deze gemeente geeft dan ook wat de kernkwaliteit van onze gemeente is, namelijk de Vecht.” Als Witteman zijn liefde voor deze gemeente uitspreekt, wordt hij bijna poëtisch. Dat hij  na zijn aanstelling als burgemeester de inwoners vroeg hem uit te nodigen voor een maaltijd, heeft heel veel informatie over de gemeente en zijn inwoners opgeleverd. Ook zijn zomerstages hebben hem veel informatie opgeleverd. “Een burgemeester kan ook alleen een goede burgemeester zijn als hij met één been in de samenleving staat, begrijpt wat er gebeurt en het vertrouwen heeft van de mensen.” Witteman vindt het van belang dat hij er voor de inwoners van Stichtse Vecht is, dat zij  begrijpen hij er voor hen is en zich verwant voelen aan hem. “Aan de relatie met de inwoners moet je elke dag hard voor  werken. Dat gaat niet vanzelf. Ik doe het met veel plezier.”

Als Witteman aan het eind van het gesprek  zich omdraait naar de fotowand, weet hij van iedere foto uit een kern iets te vertellen en zelfs uit te leggen. Hij legt uit dat iedere kern in ‘zijn’ gemeente een eigen kwaliteit heeft, en dat je daar niet uit moet kiezen. Vragen als: terug kijkend op  de afgelopen twee en een half jaar, Stichtse Vecht een lastige gemeente, beantwoordt hij strijdlustig: “Ik was op zoek naar  een lastige gemeente. Daar ligt voor mij juist de uitdaging om samen met de gemeenteraad en de inwoners te kijken naar  waar doen wij het niet goed en waar kunnen wij het beter doen. Ik ben hier juist gekomen om mijn mouwen op te stropen.” Over hoe Witteman als burgemeester herinnerd wil worden is hij duidelijk: “Het is aan  de inwoners hoe  mij herinneren. Wat ik graag wil is dat  ze samen het gevoel hebben: we zijn  met elkaar een heel eind opgeschoten, er komt wel weer een volgende die dat verder gaat brengen. Mensen moeten het gevoel hebben dat Stichtse Vecht een mooie gemeente is. We  hebben toch wel veel bereikt samen. Hoe oneens we het in de politiek ook soms zijn, we komen uiteindelijk tot besluiten die goed zijn voor de inwoners, en de inwoners moeten daar van overtuigd zijn, en hoe ze zich mij herinneren daar moeten ze tegen die tijd zelf maar iets van vinden, dat weet ik niet.” Een gesprek met een burgervader die is verknocht aan zijn gemeente en die altijd te vroeg afscheid zal nemen.

 

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES