Geen politiek draagvlak voor eerder vastgestelde subsidiebezuiniging op dorpshuizen


woensdag 13 september 2017 12.25 uur | laatst gewijzigd: donderdag 14 september 2017 10.03 uur | auteur: Robbert Oelp

In drang naar verdere verlaging van de gemeentelijke uitgaven wil de gemeente Stichtse Vecht de subsidies voor dorpshuizen verder verlagen en moeten de dorpshuizen zelfredzamer gaan opereren. Dorpshuizen worden daarnaast gestimuleerd om zelf ook actie te ondernemen om exploitatie te optimaliseren. Naast het realiseren van de bezuinigingstaken is het doel harmonisatie, verzelfstandiging en optimalisatie. Daarmee trekt de gemeente zich steeds verder terug, staat het behoud van gemeenschappelijke ontmoetingsplekken en buurthuizen ter discussie en krijgen vrijwilligers een steeds grotere mate van verantwoordelijkheid. Dat voorgestelde beleid werd gisteren in de commissievergadering bij de politiek getoetst. Verrassend genoeg kreeg deze discussie aan het einde van het vergaderpunt een bijzondere wending; er is geen meerderheid meer voor de eerder door de politiek besloten subsidiebezuiniging op dorpshuizen en daarmee krijgt het beleid een nieuwe wending.

Op dinsdag 12 september boog de politiek zich in de commissievergadering Bestuur & Financiën over de genoemde peilnota van de gemeente Stichtse Vecht. De taakstellende bezuiniging bedraagt € 45.000. Op dit moment ontvangt het ene dorpshuis een ton per jaar aan subsidies en het andere dorpshuis ontvangt slechts € 22.000 per jaar aan subsidies. Volgens het beleid krijgt straks niemand meer subsidies maar wel een ruimte die verduurzaamd is (waardoor zo laag mogelijke energielasten) en budget om zelf het groot onderhoud te doen. Volgens de gemeente Stichtse Vecht wordt door het nieuwe beleid het beschikbare budget voor dorpshuizen eerlijker verdeeld. Diverse dorpshuizen vrezen daarentegen dat ze bij doorgang van het nieuwe beleid ‘de nek om worden gedraaid’. 

In de strategische koers in het voorgestelde dorpshuizenbeleid wordt gekozen voor een nieuwe aanpak. Deze aanpak heeft verregaande gevolgen. Het dorpshuisbestuur krijgt de accommodatie ‘om niet’ in gebruik maar daar tegenover staat dat er geen exploitatiesubsidies meer worden verstrekt. Subsidies voor inventaris, personeelslasten, energielasten, verzekeringen, schoonmaakkosten en klein onderhoud worden afgebouwd naar nul. Dorpshuizen moeten inzetten op kostenreductie in de vorm van de continue inzet van lokale vrijwilligers, gevoel van ‘eigenaarschap’ en eigen beheer vergroten en de gemeentelijke steun is niet een vanzelfsprekendheid. Daarnaast zullen dorpshuizen hun inkomsten moeten vergroten door ondernemerschap, het zoeken van nieuwe partners en redelijk van het heffen van contributies. Aanvullend wil de gemeente investeren in de inzet van een online boekingssysteem en moeten dorpshuizen inzetten op crowdfunding. 

De opzet van het aangepaste beleid heeft een dermate grote invloed op de maatschappij dat verder onderzoek danwel aanpassing noodzakelijk is. Daarnaast heeft het beleid de nodige consequenties voor bijvoorbeeld het aantal evenementen in de APV, zorgt het voor tweespalt tussen maatschappelijke organisaties, zet het in op verdere professionalisering van vrjiwilligers en liggen onduidelijke juridische vormen en stichtingen in het verschiet. De veranderingen van het dorpshuizenbeleid bij doorgang lijken dan ook meer voordelen op te leveren voor de terugtrekkende overheid in plaats van de inwoners van Stichtse Vecht.

Aan het eind van het vergaderpunt werd dan ook geconcludeerd dat er door veranderd inzicht geen politieke meerderheid meer bestaat voor de subsidiebezuiniging voor de dorpshuizen en dat aanpassing op de peilnotitie noodzakelijk is. Wethouder van Dort: ‘Ik hoor veel ruis op de lijn. Mijn hart maakt een huppeltje van blijdschap als ik hoor dat de meerderheid niet achter de subsidiebezuiniging staat. Dat heeft destijds de raad besloten. Ik voer louter uit. Ik neem uw punten mee.’ Het onderwerp is dan ook niet besluitrijp en krijgt een politiek vervolg. 

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES