Verklaring burgemeester Witteman, uitgesproken bij aanvang van de extra raadsvergadering op vrijdag 9 februari 2018

zaterdag 10 februari 2018 08.44 uur | laatst gewijzigd: zaterdag 10 februari 2018 08.51 uur | auteur: Jan Van Dam
Foto: Jan Van Dam

Voor de extra raadsvergadering van 9 februari 2018, heeft Burgemeester Marc Witteman een verklaring uitgesproken omtrent zijn handelen na, door verschillende mensen, te zijn aangesproken over een vermoeden van integriteitsschending waar wethouder Pieter de Groene betrokken zou zijn.

Na de vergadering van de commissie Fysiek Domein op 16 januari ben ik door verschillende mensen aangesproken over een vermoeden van integriteitsschending waarbij wethouder Pieter de Groene betrokken zou zijn. Aanleiding hiervoor was een actieve interventie van de wethouder met betrekking tot een kinderopvangorganisatie, die tijdelijk een gebouw wil huren dat eigendom is van zijn partner. Uiteindelijk is er door een persoon een concrete melding gedaan.

Vorig jaar heeft uw raad een Protocol vastgesteld dat van toepassing is op dergelijke  meldingen. De betreffende melding heb ik, conform het Protocol, onderzocht tegen de achtergrond van de vraag of de melding voldoende concreet en van een zodanige ernst was dat een onderzoek noodzakelijk zou zijn. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit het geval was.

Vervolgens heb ik opdracht gegeven om, wederom volgens het Protocol, allereerst een vooronderzoek in te stellen om te achterhalen of er bewijs gevonden zou kunnen worden voor deze veronderstelling. Hiervan heb ik zowel de melder als de wethouder De Groene schriftelijk op de hoogte gesteld. Het vooronderzoek is uitgevoerd door de heer Boekhoven nadat ik met hem de meest geëigende onderzoeksmethode had vastgesteld.

Voor het uitvoeren van het vooronderzoek heb ik de benodigde informatie aan de heer Boekhoven aangeleverd. Op 26 januari 2018 heeft de heer Boekhoven met verschillende betrokkenen gesprekken gevoerd. Op grond van de relevante documenten en de gesprekken heeft de heer Boekhoven een rapport opgesteld. De finale versie van dit rapport heb ik op 6 februari 2018 van de heer Boekhoven ontvangen. Op diezelfde dag heb ik het rapport onder geheimhouding ter kennis gesteld aan wethouder De Groene, de leden van het college en de fractievoorzitters.

Op grond van het  Protocol is het nu aan de raad om te bepalen welkproces gevolgd moet worden rond de verdere afhandeling van het rapport. Op basis van dit overleg heb ik op 7 februari het rapport tevens onder geheimhouding toegestuurd aan de overige raadsleden. 

Uw raad heeft voorafgaand aan deze vergadering besloten het rapport openbaar te maken en over te gaan tot een openbare bespreking van dit rapport.

Uw raad oordeelt vanavond over de aannemelijkheid en mate van verwijtbaarheid van het vermoeden van de integriteitsschending en welke vervolgstappen op grond hiervan moeten worden ondernomen. Het onderzoeksrapport bevat alle informatie die nodig is om hierover een oordeel te kunnen vormen.  

Ik heb op grond van de wet een eigenstandige bevoegdheid als burgemeester om de integriteit van het openbaar bestuur te waarborgen. Die integriteit vind ik een groot goed. De integriteit van het openbaar bestuur heeft de laatste jaren aan maatschappelijke betekenis gewonnen en is alleen maar belangrijker geworden. Bij meldingen en vermoedens van schending van de integriteit is het mijn plicht om actie te ondernemen. 

Tijdens het hele proces heb ik steeds geheimhouding betracht. Daarmee wilde ik voorkomen dat er ten onrechte mensen beschadigd zouden worden. Ik betreur dat het belang van geheimhouding niet door iedereen in gelijke mate is onderschreven.


 

 

 

 

MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES