70 jaar Molukkers in Stichtse Vecht: ‘We moeten verder’

Stichtse Vecht – Zeventig jaar geleden kwamen de eerste Molukkers vanuit Indonesië per boot naar Nederland. Hen werd beloofd dat ze snel zouden terugkeren naar hun eigen land. Maar die belofte werd niet nagekomen. Onlangs herdachten de Molukkers in Stichtse Vecht de aankomst van zeventig jaar geleden. “We willen ons verhaal delen met andere inwoners in Stichtse Vecht”, zegt de Molukse Piet Nanlohy uit Maarssen. Dit is hun verhaal.

Rotterdam, 21 maart 1951. De eerste schepen met Molukkers kwamen aan in de haven. Militairen, die onder de Nederlandse vlag hebben gevochten in Indonesië, en hun gezinnen. In totaal kwamen er zo’n 12.500 Molukkers aan in verschillende plaatsen in Nederland.

Collage van de aankomst van Molukkers in 1951 Joke Ririassa

Dat was niet helemaal een eigen keuze. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Nederlands-Indië, toen al eeuwen een kolonie van Nederland, bezet door Japan. Na de oorlog gaf Japan zich over. Nederland wilde haar kolonie herstellen, maar Indonesische vrijheidsstrijders wilden onafhankelijkheid. Er barstte een strijd los, waar Molukse beroepsmilitairen in het Nederlandse koloniale leger (KNIL) vochten tegen de vrijheidsstrijders. Nederland verloor die strijd. De Molukse militairen kwamen daardoor in de knel. Ze konden niet langer in Indonesië blijven en terugkeren naar hun eigen land ging ook niet, omdat daar een hevige strijd woedde. De Nederlandse regering besloot de militairen en hun gezinnen daarom tijdelijk naar Nederland te brengen.

Slechte omstandigheden

De vader van de Molukse Joke Ririassa uit Breukelen vocht als KNIL-militair onder de Nederlandse vlag. Samen met zijn vrouw kwam hij zeventig jaar geleden aan in Nederland. “Direct bij aankomst werden alle militairen ontslagen uit hun militaire positie”, vertelt Joke. “Dat was heel moeilijk voor mijn vader. Stel je eens voor dat je in een vreemd land komt, je hele familie hebt achtergelaten en je gelijk niets meer hebt!”

In Nederland moesten de Molukkers leven in houten barakken en oude concentratiekampen. “Dan leefden ze soms wel met elf personen bij elkaar in een kleine ruimte”, vertelt Joke.

Joke Ririassa

Ook de ouders van de Molukse Piet Nanlohy uit Maarssen kwamen naar Nederland. Hij noemt de omstandigheden van de Molukkers in die tijd ‘schrijnend’. “Mijn ouders moesten leven van drie gulden per week”, zegt Piet. De Molukkers mochten eerst niet werken van de Nederlandse overheid. “Daarom gingen mijn ouders stiekem bij de boer in de buurt werken om maar rond te kunnen komen”, vertelt hij.

Tijdelijk werd definitief

Toen de Molukkers naar Nederland kwamen, hadden ze niet veel bij zich. Het idee was dat ze na een half jaar al zouden terugkeren. De jaren verstrijken en de Molukse gemeenschap blijft hopen op een terugkeer naar hun eigen land. Maar tijdelijk werd definitief. Die pijn die dat heeft nagelaten, is nog steeds voelbaar in de gemeenschap.

“Langzaamaan, als je beseft dat terugkeren geen optie meer is, ga je mee met de Nederlandse samenleving”, vertelt Piet. De Molukkers integreren steeds verder, gaan aan het werk en naar school en de Nederlandse overheid start met het bouwen van definitieve huizen voor de Molukkers. Zo kwamen er 71 Molukse wijken in Nederland.

Breukelen, oktober 1964. Een van die wijken komt in Breukelen aan de Niftarlakestraat en de Schepersweg. Op een druilerige herfstdag komen daar de eerste Molukkers aan. Zo ook het gezin van Joke. “Als er een gezin verhuist, dan komt er altijd een Moluks gezin voor terug. Aan de eerste generatie Molukkers is namelijk beloofd dat de Molukse gezinnen altijd bij elkaar zouden blijven”, legt Joke uit.

Joke Ririassa

Een aantal maanden later komt het gezin van Piet aan in Maarssen. Anders dan in Breukelen en andere gebieden in Nederland komen de Molukkers in Maarssen juist verspreid van elkaar te wonen langs de Europalaan en in de omgeving van de Plesmanlaan. Nu wonen er in totaal zo'n 600 Molukkers in de gemeente Stichtse Vecht.

70 jaar herdacht

De Molukse gemeenschap in Stichtse Vecht is volgens Joke en Piet heel hecht. “We staan voor een ander klaar en je helpt elkaar waar dat het nodig is”, zegt Joke.

Stichtse Vecht, 30 oktober 2021. Zeventig jaar na de aankomst in Nederland kwam de hechte gemeenschap in Stichtse Vecht bij elkaar om te herdenken. “Onze ouders hebben de weg voor ons geopend, met al hun pijn en verdriet. Ze hebben zich, ondanks de oorlog en chaos, staande gehouden in de Nederlandse maatschappij. Dat willen we niet vergeten”, vertelt Piet, die de herdenking samen met andere Molukkers organiseerde.

De herdenkingsdag begon met een speciale kerkdienst, waar verschillende kerkgenootschappen de verbinding met elkaar zochten. Ook sprak burgemeester Ap Reinders de Molukse gemeenschap toe. Na de dienst ging het gezelschap naar de graven van overleden Molukkers, die onlangs een bijzondere status kregen.

Daarna was er een feest met dans en muziek om de dag mee af te sluiten. “Er was veel saamhorigheid onder de gemeenschap”, blikt Joke terug.

‘Een vergeten groep’

Toch ging het bij de bijeenkomst niet alleen om herinneren, maar ook om het verhaal van de Molukkers te vertellen. “De Molukkers zijn een vergeten groep. Er wonen veel mensen met verschillende culturele achtergronden in Nederland, maar wij hebben een hele geschiedenis met de Nederlandse bevolking”, zegt Joke. “We willen ook aan onze buren laten zien wie wij zijn en hoe we in Stichtse Vecht zijn gekomen.”

Burgemeester Ap Reinders deed afgelopen maart een oproep aan demissionair premier Rutte om het aangedane leed aan de Molukkers te erkennen en meer te investeren in de Molukse gemeenschap. “Het zou het nieuwe kabinet sieren als erkend wordt dat de wijze van ontvangst en opvang in Nederland destijds onwaardig is geweest”, zei de burgemeester tijdens zijn toespraak aan de Molukse gemeenschap.