Buitenspel Het Rampjaar op landgoed Nyenrode

Wat een rotjaar. Nee, maar écht. Heel veel meer kon er niet fout gaan in 1672. Totale chaos. Het Rampjaar is het jaar waarin de Fransen onder leiding van de Zonnekoning ons land binnenvallen. Paniek, dood en plundering razen door het oostelijk deel van ons kikkerlandje. Het is kantje boord of we hadden nu allemaal Frans gesproken. En het zijn geen lieverdjes, deze gepoederde heren uit Versailles. 

Deze beeldende en muzikale theatervoorstelling neemt je mee in de geschiedenis van Nederland. Na de gouden eeuw volgden inktzwarte bladzijden, met helaas veel paralellen met de politieke en militaire spanningen in het hier en nu.

Theatergroep Maarssen ’32 speelt dit uniek verhaal over het rampjaar op het prachtige landgoed Nyenrode in Breukelen. Een historische plek aan de Vecht, dat in het Rampjaar het hoofdkwartier was van de Fransen en bij hun vertrek door brand werd verwoest. Al is dat niet het enige wat Nyenrode overkomen is…

Er zijn 8 voorstellingen gepland op 25 en 26 juni en op 2 en 3 juli 2022!

Met deze bijzondere voorstelling viert de groep ook haar 90-jarig jubileum.

Meer informatie of reserveren? Ga dan naar www.maarssen32.nl.  

HET RAMPJAAR 1672

Lodewijk XIV, de Zonnekoning, vindt Frankrijk veel te klein en meent dat de noordgrens eigenlijk ter hoogte van de Rijn zou moeten liggen. Hij irriteert zich mateloos aan de tegenwerking die hij ondervindt van de Republiek der Nederlanden bij zijn expansiedrift. Lodewijk sluit een geheim verbond met de Engelse koning Karel II, die hierin een oplossing ziet voor zijn voortdurende geldnood. De bisschop van Munster (‘Bommen Berend’) en de aartsbisschop van Keulen sluiten zich bij de coalitie aan. 1672 overvalt Engeland een Nederlandse vloot. Het leger van de Republiek is zo verwaarloosd, dat het tegen het gezamenlijke geweld van Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen niet op kan. Zelfs niet als de Staten Generaal de Prins van Oranje, Willem III, uit Engeland haalt en opperbevelhebber van het leger maakt. De Franse troepen trekken op tot aan de Hollandse waterlinie, bezetten onder meer de stad Utrecht en richten overal verwoestingen aan. 

Het volk wordt inmiddels ook nog geplaagd door honger. Het volk is redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. De zondebok voor alle rampen wordt raadspensionaris Johan de Witt. Een woedende menigte lyncht hem en zijn broer Cornelis de Witt voor de Gevangenpoort in Den Haag.