Stichtse Vecht krijgt geen coördinator tegen racisme en discriminatie

Fractievoorzitter Lukas Burgering van de PvdA stelde eerder vragen over het aanstellen van een coördinator tegen racisme en discriminatie. Volgens de gemeente Stichtse Vecht is daar echter geen aanleiding voor en zien zij daarom de komst van een extra ambtenaar niet zitten. 

De heer Burgering eerder in een toelichting bij gestelde vragen: ‘In de Volkskrant van maandag 23 oktober jl. staat een artikel over de gemeente Arnhem, die als eerste Nederlandse gemeente een Coördinator tegen Racisme en Discriminatie heeft benoemd, Mevrouw A-Kum. In dat artikel geeft mevrouw A-Kum aan dat discriminatie, uitsluiting en racisme nog steeds veel voorkomen. Niet alleen op institutioneel (gemeentelijk) niveau, maar ook in de wijken, onder inwoners. Bovendien roepen mensen die zich hierover uitspreken vaak haatreacties op, waardoor het onderwerp moeilijk bespreekbaar wordt.’ Burgering vervolgt in een vraag: ‘Zou naar uw mening een dergelijke coördinator in Stichtse Vecht kunnen toevoegen aan de kwaliteit van het beleid, de saamhorigheid van de samenleving en het voorkomen van uitsluiting, zowel door de gemeente als binnen de samenleving?’

De gemeente ziet echter geen toegevoegde waarde blijkt uit de antwoorden op de door Burgering (PvdA) gestelde schriftelijke vragen: ‘Wij staan in goed contact met de politie en Art.1 Midden Nederland, de twee instanties waar discriminatie gemeld kan worden. Zo houden we zicht op signalen van discriminatie. Tot op heden is er geen sprake van grote signalen of specifieke aandachtspunten, waarop wij moeten inzetten. Het aanstellen van een dergelijke coördinator in Stichtse Vecht staat niet in verhouding tot de beperkte signalen van discriminatie binnen onze gemeente,’ aldus de gemeente Stichtse Vecht.

De gemeente laat weten niet verder te willen investeren in een extra ambtenaar: ‘De inzet van een dergelijke coördinator vraagt om een aanzienlijke investering in de vorm van ambtelijke capaciteit (coördinatie) en financiële middelen – ook als dit regionaal wordt georganiseerd. Daarom zijn wij niet voornemens om de mogelijkheden nader te onderzoeken.’