Vijf vragen over het afvalbeleid in Stichtse Vecht

Stichtse Vecht - Sinds 2017 is de gemeente Stichtse Vecht gestart met een nieuwe vorm van afvalinzameling: ‘het omgekeerd inzamelen’. Buurgemeente Utrecht is sinds kort juist overgestapt naar ‘het nieuwe inzamelen’. Gooit Stichtse Vecht binnenkort het eigen systeem alweer in de afvalbak? Vijf vragen (en antwoorden) over het afvalbeleid van de gemeente Stichtse Vecht.

Wat is het verschil tussen ‘het nieuwe inzamelen’ en ‘het omgekeerd inzamelen’?

Bij het zogenoemde ‘nieuwe inzamelen’ hoeven inwoners plastic, blik en pak (PMD) niet meer zelf na te scheiden. Zij gooien hun plasticafval gewoon bij het restafval. Utrecht stapte over naar dit systeem, omdat het gescheiden plasticafval te vervuild was. Machines kunnen het plasticafval inmiddels veel beter scheiden. Bij ‘omgekeerd inzamelen’ scheiden inwoners zoveel mogelijk, zoals restafval en plastic. Het restafval brengen inwoners naar een ondergrondse container in de buurt.

Waarom is de gemeente Stichtse Vecht overgestapt op het omgekeerd inzamelen?

Binnen Europa is Nederland een van de koplopers op het gebied van recyclen. Om op kop te blijven, heeft de Rijksoverheid hoge ambities gesteld: in 2050 moet Nederland volledig circulair zijn. Dat betekent een economie zonder afval, waarbij alles draait om herbruikbare grondstoffen. De ambitie is om van gemiddeld 180 kilo naar 100 kg restafval per inwoner per jaar te gaan.

“Dat betekent dat gemeenten voortvarend moeten werken om het aandeel te verbranden restafval te verminderen”, zegt de gemeente Stichtse Vecht. Om dat doel te bereiken heeft de gemeenteraad in 2016 unaniem ingestemd met het omgekeerd inzamelen. Dat levert schoner afval op en is goedkoper. Daarnaast zorgt het omgekeerd inzamelen voor meer bewustwording over wat je allemaal weggooit. Elke gemeente is anders en kiest voor andere inzamelingssystemen die het best bij de regio en haar inwoners passen.

Hoe staat het met het omgekeerd inzamelen in de gemeente?

De uitrol van het omgekeerd inzamelen ligt zo’n twee jaar achter op schema. Maarssenbroek en Kockengen moeten nog worden aangesloten op het nieuwe systeem, terwijl de andere kernen al zijn overgestapt.

Volgens een onlangs verschenen rekenkamercommissierapport zijn de effecten van het omgekeerd inzamelen in de gemeente daarom nog niet goed zichtbaaer. Wel is er al een lichte daling zichtbaar in het aantal kilo’s restafval dat wordt weggegooid: van 221 kilo restafval (per inwoner per jaar) naar 197 kilo in 2019. Het doel van 140 kilo in 2021 is – mede door corona – niet gehaald. En dus kan het doel van 75 kilo voor volgend jaar al in de prullenbak. Want dat is ‘onhaalbaar’, schrijven de onderzoekers. Ze adviseren daarom om de ambitie bij te stellen.

Het nieuwe systeem moest ook leiden tot minder kosten, maar dit is nog niet het geval.

Een aantal bewoners zijn ontevreden over het omgekeerd inzamelen. Kan de gemeente het beleid nog terugdraaien?

Het korte antwoord: nee. Het zou volgens de gemeente ‘een aanzienlijke desinvestering betekenen’. Er is al veel geld geïnvesteerd in het nieuwe systeem. Daarnaast moeten lopende contracten met inzamelaars en afvalverwerkers worden opgezegd en dit zou veel geld gaan kosten. “Terugdraaien is daarom geen reële optie”, volgens de gemeente. Letterlijk weggegooid geld dus.

Bovendien blijkt uit het onderzoek van de rekenkamercommissie dat inwoners, die al over zijn op het omgekeerd inzamelen, ‘gematigd tevreden’ zijn. Inwoners klagen voornamelijk over de plaats van nieuwe containers. Het is opvallend dat inwoners, die nog niet zijn overgestapt zijn, minder tevreden zijn over het nieuwe systeem.

Stapt de gemeente dan binnenkort over naar hetzelfde systeem (het nieuwe inzamelen) als de gemeente Utrecht?

Volgens de gemeente Stichtse Vecht is het vanwege de kosten niet voordelig om over te stappen. Maar er is nog een reden: het PMD blijkt in steden als Utrecht te vaak vervuild door restafval. “Dan is er sprake van dubbele kosten: de kosten van het scheiden van PMD en de hogere kosten van het verwerken van restafval”, zegt de gemeente. “Daarnaast is het een erg dure wijze van verwerken en is er in de markt nog onvoldoende verwerkingscapaciteit.” Voor de gemeente is het dus niet voordelig om over te stappen op het nieuwe inzamelen.

De gemeente houdt vooralsnog vast aan het huidige systeem. “Dat leidt tot betere inzamelresultaten, hergebruik van grondstoffen en minder restafval.” En daardoor betaalt de inwoner minder belasting, stelt de gemeente.

Kortom, het omgekeerd inzamelen blijft voorlopig nog wel even. Mocht de gemeenteraad toch een andere koers willen varen, dan kan zij na 2022 de ambitie bepalen voor nieuwe afvalbeleidsdoelen.

Het nieuwe afvalscheidingsstation voor Stichtse Vecht

De gemeente heeft in 2021 een voorkeurslocatie aangewezen voor het nieuwe afvalscheidingsstation voor heel Stichtse Vecht. Dat ‘circulaire ambachtscentrum’ (zoals de wethouder het gisteravond noemde) zou moeten komen in Breukelen. Het gaat om een perceel aan het einde van het bedrijventerrein Breukelerwaard. Komend jaar beslist de gemeenteraad voor de definitieve locatie. In november 2024 zou het nieuwe afvalscheidingsstation, of ‘het circulaire ambachtscentrum’, klaar moeten zijn. Dan sluiten ook de locaties in Breukelen, Kockengen, Loenen aan de Vecht en Maarssen.